Titel

Ik lig bij de kapper in de spoelbak. Mijn nieuwe haarkleur moet inwerken om een geleidelijk kleurverloop te krijgen of zoiets. Mijn nekspieren liggen precies op de rand van de bak en ik besluit om er een meditatief moment van te maken. Eens kijken of ik deze gespannen nekspieren al ademend wat kan los masseren. Mijn hoofd verdwijnt bijna in de bak. Ik staar geheel niet-ontspannen naar het plafond.

Om mij heen praten mensen en ik word getriggerd door woorden die ik opvang. Over huizen verkopen (“oh, daar denk ik ook over!”), over je passie volgen (“hé, dat is ook mijn pad!”). En daar ga ik weer, ik associeer er onbevangen en onbewust op los en ben binnen een minuut van een huis verkopen naar de boerenkool die ik vanavond ga eten. Mijn nek spant zich nog meer aan.

Waar is de rust gebleven, het meditatieve moment? En wat is de relatie tussen al die langskomende gedachten en mijn nekpijn? Veel spirituele theorieën (onder andere die van A.H. Almaas en Michael Brown) spreken erover: wanneer we gaan denken, is het vooral over het verleden (met vaak gevoelens van spijt) en over de toekomst (met vaak gevoelens van angst, ‘stel dat…’ of beloftes van verbetering ‘ik doe het volgende keer anders’ en je bedenkt al alle mogelijke scenario’s), en spijt en angst zorgen altijd voor spanning. Het lichaam reageert daarop, altijd, maar we zijn ons er niet altijd van bewust.

Maar, zo leert mijn eigen lichaam mij, ons lichaam is ook een ultiem hulpmiddel om in het heden te blijven want het is altijd volledig aanwezig. “Elke slag van ons hart vindt alleen in het heden plaats.” zoals Michael Brown dit zo mooi verwoordt (in ‘Het Presence Proces’). Dus het enige dat ik hoef te doen is me hiervan bewust te zijn.

Ik keer terug naar mijn nek. Ik adem in en maak ruimte, ik adem uit en ik ontspan. Heel even zijn mijn lichaam en denken volledig in harmonie. Dan is de kleur ingewerkt en mag mijn haar uitgespoeld worden. Heel even bevind ik me in het heden.

Silvia van der Cammen